Het is inmiddels alweer bijna 20 jaar geleden dat ik voor de eerste keer deelnam aan een zweethutceremonie, die toen de afsluiting vormde van een zevendaagse workshop waaraan ik had deelgenomen. De man die het begeleidde was een Amerikaan. De sfeer waarin de ceremonie plaats vond (het was een prachtige winteravond en er lag sneeuw) is me altijd bijgebleven, net als het feit dat iemand voor wie ik had gebeden in de hut op die dag en dat moment een grote transformatie had mogen beleven, zo hoorde ik later. Het was alsof oude inhouden in mijn ziel werden aangesproken en mijn belangstelling voor de herkomst van deze oude en bijzondere ceremonie was gewekt.
Al snel begon ik alles te lezen wat ik kon vinden op het gebied van Noord-Amerikaans Indiaanse tradities, het waren vooral de Lakota waarmee ik me verbonden voelde. Het was het begin van een weg die ik niet had gezocht maar die mij had gezocht, zo leek het soms. Eind 1991ontmoette ik mijn voormalige man in een sjamanistische weekend workshop, het begin van een 12 jarige samenwerking op het gebied van zweethutten begeleiden, sjamanistische trainingen en klankhealing.
Op een dag in 1992 tijdens een zomerweek in Duitsland zag ik de bliksem ‘binnen gaan’ in een zweethut die werd begeleid door Grootvader Wallace Black Elk. Ik was met stomheid geslagen...het was een stralende zomerdag en er was in de verste verte geen onweer te bekennen. Veel later hoorde ik dat Wallace tijdens zijn zweethutten met de Donderwezens ‘werkte’, dat het zijn begeleiders waren tijdens deze ceremonie en opnieuw was ik er getuige van dat er zich meer tussen Hemel en Aarde afspeelt in het intense contact met de vier elementen, Moeder Aarde, en de Grote Geest.
Ongeveer een jaar daarna begeleidde ik mijn eerste zweethut. Degene die het gewoonlijk deed was op het laatste moment verhinderd en iemand moest het doen, het voelde als een thuiskomen. In de loop der jaren werd het me duidelijk dat de zweethut en magie twee zaken zijn die onlosmakelijk zijn verbonden. Anders gezegd: een diepe verbinding met de Aarde en haar oerelementen brengt de magie terug in het leven die eigenlijk hoort bij ons bestaan maar die door veel 'moderne' mensen als ongewoon, bijzonder en misschien zelfs paranormaal zou worden bestempeld.
Ik denk dat dat komt omdat we leven in een cultuur waarin ons niet wordt geleerd te communiceren met de Natuurlijke Wereld. Als we als klein kind al zouden leren dat we met bomen, stenen, planten, waterwegen en de daarmee verbonden Natuurwezens contact kunnen maken zou de wereld er anders uitzien. Het zou niet bij je opkomen hun woonplekken te bevuilen en je zou elkaar wederzijds kunnen adviseren om van de wereld een betere plek te maken voor allen.
Op dat vlak is Wallace Black Elk voor mij een van de belangrijkste voorbeelden geweest. Zijn eenvoud, liefde, en de vanzelfsprekende manier waarop voor hem de 'gewone' wereld en de spiritwereld verbonden waren zijn ook nu na zijn dood nog altijd een voorbeeld voor mij. Als je samen met hem at vroeg hij altijd of er al voor spiritfood was gezorgd. Altijd moest je op een klein bordje eten weg zetten voor de spirits als dank voor hun hulp in ons bestaan.
Op dit moment woon ik op een plek waar de Natuurwezens zo sterk aanwezig zijn dat je ze niet kunt negeren. Ik heb een plek voor hen gecreëerd waar ik regelmatig voedsel offer. Sinds ik dit heb gedaan en mensen die hier komen vraag even stil te staan bij onze vrienden in de ongeziene wereld is het hier een stuk kalmer geworden. Aan den lijve heb ik ondervonden dat we met hen samen leven en dit dienen te eerbiedigen.
Was de zweethut oorspronkelijk een zuiveringsceremonie voor de mannen bij de Lakota Indianen, later was het ook voor vrouwen toegestaan hieraan deel te nemen. Hun overtuiging was dat een vrouw door haar eigen cyclus geen zuivering meer nodig had en nog altijd is het vanuit die traditie niet toegestaan dat een menstruerende vrouw deelneemt aan een zweethut. Toen de eerste medicijnmensen zoals Lame Deer en Black Elk naar hier kwamen zo'n 25 jaar geleden was dit een strenge regel waardoor veel vrouwen van hier vaak sterk werden geconfronteerd met een gevoel van afwijzing en vermeende discriminatie.
Na ons bezoek aan het Pine Ridge Reservaat in Zuid-Dakota heb ik met eigen ogen gezien dat vrouwen - en mannenzaken in die cultuur enorm gescheiden zijn, ieder heeft z'n heel specifieke taken. Ook werd duidelijk tijdens de Sundance ceremonie dat het een cultuur is waarin juist het vrouwelijke wordt geëerd. Ook al is het ogenschijnlijk een machocultuur (de Lakota waren de buffeljagers van de vlakten), de verbinding met Moeder Aarde en het vrouwelijke (wat wij nu 'de Godin' zouden noemen) staat centraal.
Door de zweethut jarenlang op traditionele wijze te hebben begeleid (met toestemming van 2 Lakota families) heb ik de kans gekregen diepgaand contact te maken met de ongeziene wereld en met krachten die in onze cultuur niet als gewoon worden beschouwd. Zo herinner ik mij dat Black Elk ons op een dag een ceremonie leerde om de spirit van de adelaar in de hut uit te nodigen. Als je dat dan doet zoals je is geleerd en je hoort plots een adelaar roepen in de zweethut dan ervaar je een enorme vreugde dat je zulke leraren hebt mogen ontmoeten en op de juiste wijze en het juiste moment hebt mogen open staan voor hun teachings. Het heeft mij een grote bescheidenheid geleerd t.a.v. wat er te leren is en dat we die dingen niet kunnen weten en ondervinden na één sjamanistische weekend workshop of één zweethut, het is een levenslang leerproces.
Vele jaren na mijn eerste zweethut heb ik begrepen dat het belangrijk was de overstap te maken naar het werken met de spirits 'van hier' en niet langer met die uit een andere eeuw en van een ander volk, hoe krachtig die ook mogen zijn. Aangezien een traditie op dat vlak hier niet bestaat is het belangrijk die op te bouwen zodat we iets kunnen nalaten aan de generaties die na ons komen.
Ik weet dat er veel mensen zweethutten begeleiden vanuit hun eigen intuïtie, die nooit met Lakota of andere Indianen hebben gewerkt en die dat goed doen. Zelf ben ik echter blij dat ik jarenlang vanuit een traditie heb mogen en kunnen werken. Een voorganger in welke ceremonie dan ook krijgt normaal gesproken een opleiding en inwijding. Waarom zou de zweethut daar een uitzondering in mogen zijn? Als je het verlangen voelt door te gaan in een bepaalde richting heb je lessen en begeleiding nodig, zo simpel is het.
Op dit moment leid ik voornamelijk vrouwenzweethutten. Niet omdat ik niet met mannen kan of wil werken of mannen wil uitsluiten maar om samen met vrouwen, mijn zusters, in dieper contact te kunnen komen met de Grote Moeder en met onszelf. Ik werk hierbij met de grootmoeders van de richtingen en met de 13 oorspronkelijke stammoeders die ik ervaar als de oudste vrouwelijke energieën van onze planeet. In de hut staat de reis naar hen altijd centraal en keer op keer zie ik daar prachtige en ontroerende healing momenten uit voortkomen.
Het alleen zijn met vrouwen draagt bovendien bij aan een meer open durven komen en soms zeer pijnlijke dingen te kunnen delen. De herinnering aan de verbinding met deze oeroude vrouwelijke energieën wordt mee naar huis genomen en werkt door. Het komt regelmatig voor dat er oude inhouden van levens naar boven komen waarin we in dieper contact met de Aarde stonden dan nu en dat geeft een enorme steun naar het dagdagelijkse toe. Het maakt dat we opnieuw met de Aarde energieën en Natuurwezens leren werken eenvoudigweg omdat al die wijsheid in ons besloten ligt. Naast het healing aspect is dat voor mij de belangrijkste reden om regelmatig zweethutten te doen.
Altijd heeft de mens in diep contact geleefd met de Natuur en de krachten daarvan op alle mogelijke manieren geëerd. Het is pas sinds 300 jaar dat we daarmee zijn opgehouden door de industriële revolutie, zoals ik iemand laatst hoorde zeggen en deze heeft ons steeds meer verwijderd van ons diepste wezen en het einde van deze verwijdering lijkt nog niet in zicht. Eigenlijk is het prachtig dat de Natuur zelf ons herinnert aan onze verbinding met haar. Zij doet dit door ons steeds heftigere spiegels voor te houden omdat we blijkbaar niet meer in staat zijn haar 'gewone' kracht op te merken en te eren.
De zweethut gaat voor mij ook over dit eren van de 'gewone' dingen des levens. Jaren geleden, toen ik voor de eerste keer deelnam aan een zweethut die mijn man toen begeleidde, begon hij plots over de boer die achter ons in het veld aan het oogsten was. Hij verbond hiermee onze viering met een van de oudste archetypische beelden die we kennen: een werker op het veld die oogst wat hij heeft gezaaid. De eenvoud van zijn woorden raakte me zo diep dat ze me altijd zijn bij gebleven en ze hebben sterk bijgedragen aan de wijze waarop ikzelf altijd heb geprobeerd zweethutten te begeleiden.
Ik zie dit als de grootste les die ik van hem heb mogen leren: het 'gewone' op te merken en te eren waarmee hij onbewust aangaf dat dat gewone eigenlijk heel bijzonder is en de essentie vormt van het leven op onze Aarde.
Dit doet me denken aan een documentaire die ik laatst zag over een Mongolisch Nomadenvolk dat nog in diep contact met de Natuurkrachten leefde en het sjamanisme. De Westerse journalist vroeg op het einde aan een man wat hem het gelukkigste maakte in het leven. Even keek hij hem niet begrijpend aan en antwoordde toen: “ gewoon...mijn dagelijks werk te kunnen doen, dat maakt mij het gelukkigst”...
Zo zei een spirit eens tegen mij tijdens een zweethut: “het leven is een dankgebed maar jullie zijn de woorden vergeten”...Het is mijn diepste wens dat de zweethut ons terug in contact mag brengen met de eenvoud van dit dankgebed dat het leven eigenlijk is en daarmee met de eenvoud van onze eigen natuur en onze natuurlijke verbinding met Moeder Aarde.
Marije Broersen
2007