MACHA, GODIN VAN LICHT EN DUISTERNIS

 

Onlangs is er een houten beeld in mijn bezit gekomen die de Macha voorstelt, een van de oudste Keltische godinnen, gemaakt door een kunstenaar van Sligo, Ierland. Ik ben er zeer blij mee. Haar naam betekent ‘veld’ of ‘vlakte’, aarde... Zij is dus het land, de belichaming van alles dat  de Grote Moeder verbeeldt. Tevens is zij een oude zonnegodin, bijzonder, omdat de zon meestal als mannelijk wordt voorgesteld. (Dat dit ook anders is geweest vind je bijv. nog terug in een Europese taal met oude wortels als het Duits: die Sonne.) Een andere naam voor Macha is ‘fiery tempered red-head'. Dit verwijst niet alleen naar de rode kleur van haar haar maar ook naar haar vurige, ontvlambare temperament. Op het beeld heeft ze een zonnekrans rond haar hoofd. Haar belangrijkste symbool is het paard, wat we ook terug vinden bij een andere zonnegodin van 'onze kanten’, Epona. Macha behoorde tot de Tuatha De Danaan, het volk van Dana,  het oude godenras dat volgens de overleveringen Ierland ooit bevolkte. Ook maakte ze deel uit van de zgn. Red Branch, de Rode Tak, de koninklijke familie van Ulster waartoe ook de bekende Ierse held Cú Chulain behoorde.

  Wat is de essentie van haar verhaal en waarom fascineert ze mij? De overlevering vertelt dat ze gedwongen werd deel te nemen aan een paardenrace terwijl ze op het punt stond te bevallen van haar tweeling. Ze won de race, beviel, en onmiddellijk daarna stierf ze maar niet voordat ze met haar laatste adem en in grote woede (fiery tempered) de mannen van Ulster die haar dit hadden aangedaan vervloekte tot in de negende generatie... Het heeft haar niet populair gemaakt. Ze is dan ook veel afgebeeld en beschreven als een boosaardige persoon maar niets is minder waar zoals je zult zien.

   Hoewel ze deel uitmaakt van de oude drievoudige Ierse doodsgodin (Macha – Morrigan – Badbh) heeft ze zelf ook drie aspecten, n.l. zieneres (de helft van haar gezicht is op het beeld bedekt door een uil), krijger en matriarch. Ze boeit me omdat ze zowel met het leven als met de dood is verbonden, iets dat alleen bij de 'groten' onder het godenvolk wordt gevonden zoals bijv. bij Isis. Zo was Macha in het bijzonder verbonden met het slagveld. Niet alleen genas ze daar wonden maar ook bracht ze de spirits van de overledenen naar de Andere Wereld. Zij werd dan ook de Moeder van het Slagveld genoemd. Ook wordt ze in verschillende mythes de Heilige Koe genoemd, haar melk was zogezegd een tegengif voor 'het gif der wapens'. Klinkt dit als een boosaardige vrouw? Ik denk het niet.

   Zij was de godin van duisternis en licht tegelijkertijd, van dood en leven. Dit maakt haar in mijn ogen juist tot een symbool van heelheid. De kracht van haar (terechte) woede is zo groot dat ze er negen  generaties mee vervloekt. Tegelijkertijd is haar vermogen om lief te hebben evenredig groot. Strijd en pijn kan ze niet aanzien en ze lenigt de nood waar zij kan met haar genezende en transformerende aanwezigheid. Voor mij staat ze dan ook voor de vrouw die haar duistere en lichte kant in evenwicht heeft. Op het beeld dat ik heb zie je bijv. niet alleen spiralen, allerlei dieren, en andere symbolen van de natuurlijke wereld afgebeeld maar ook een hand met een opgeheven zwaard boven een hoofd. Het moge duidelijk zijn dat Macha is staat is 'het zwaard te hanteren' als dit nodig is, een belangrijke eigenschap die in onze cultuur echter niet gemakkelijk ligt.

   Woede in het algemeen is geen populaire kwaliteit bij ons. Eigenlijk kun je zeggen dat bij ons  woede 'not done' is, zelfs al is hij terecht. Toch is het een basisgegeven van onze 'duistere' of zwarte kant, onze schaduw, en als zodanig niet anders dan de andere kant van onze kracht. Het is dan ook uiterst belangrijk dat we deze kant van onszelf kennen en hem integreren, d.w.z. hem eerst leren kennen en uiteindelijk accepteren en zelfs liefhebben als wezenlijk onderdeel van wie we zijn. Doen we dit niet en wordt hij altijd weer opnieuw onderdrukt dan kan dit bijv. tot uitdrukking komen in het streng afkeuren van dit gegeven in anderen. Als we woede echter ten volle kunnen erkennen als kracht dan is hij plotseling niet meer lelijk maar krijgt hij een zinderend, vibrerend aspect, onlosmakelijk verbonden met het leven zelf. Dan wordt hij tot een uiting van pure passie. Zoals  bijv. Moeder Aarde vuur kan spuwen, letterlijk, en tegelijkertijd onbeschrijfelijk zacht kan zijn, vinden we beide gegevens ook in onszelf terug: zo boven, zo beneden, zo binnen, zo buiten...Als we dit in Moeder Aarde kunnen accepteren en waarom dan niet in onszelf? Zoals er geen vruchtbaardere aarde bestaat dan na een vulkaanuitbarsting kun je ook zeggen dat terechte woede een zeer vruchtbaar onderdeel van het leven kan zijn, dingen kan uitvergroten en daardoor zeer duidelijk maken. Zelfs Jezus uitte zijn woede zoals de bijbel zegt, toen men de tempel gebruikte als marktplaats…

   Helaas leren we vaak als kind al om onze woede binnen te houden. Als we er dan voor het eerst mee in contact komen dan schrikken we er meestal zo ontzettend van dat we 'het deksel' daarna nog eens extra stevig aandraaien. Als je echter kunt begrijpen dat woede en kracht twee kanten zijn van dezelfde medaille dan krijg je er niet alleen ontzag voor maar kun je dit gegeven ook werkelijk gaan liefhebben, zowel in jezelf als in de ander. Dit wil niet zeggen dat we het moeten idealiseren maar het moet een plek krijgen, gezien worden voor wat het is. En waar we terecht woedend zijn geworden kan bewustzijn komen. Het is simpelweg een krachtig en niet te ontkennen onderdeel van ons menszijn.

   Je kunt pas werkelijk zachtmoedig in het leven staan denk ik als je je bewust bent van je kracht zowel als je woede en deze beide een plaats hebt kunnen geven binnen jezelf. Echte zachtmoedigheid begrijpt de duisternis. Als je integriteit op grove wijze wordt geschonden zoals bij Macha op haar meest kwetsbare moment, als ze op het punt staat te bevallen, dan heb je het recht hier tegen in het geweer te komen. Daarom hou ik van Macha: duisternis en licht, dood en leven in evenwicht. De kunstenaar heeft dit goed begrepen. Ik herken in haar mijn eigen heelheid en ben er zeker van dat haar beeltenis me nog lang zal inspireren!

 

Marije Broersen

2007