Uit het land van de eeuwige jeugd kom ik,
in de Andere Wereld,
het is waar ik ben geboren
uit een ei van licht...
Mijn geest is zo oud als de wereld zelf
en de Elfen zingen mijn lied
gelijk ik hun lied zing
en dat van de Godin, hun Moeder.
Een regenboog sierde de wateren
op de ochtend van de dag
dat ons verbond werd gesloten.
Het indringende licht
nog altijd in mijn geheugen
herinnert mij daaraan,
verbindt Toen en Nu
met de Eeuwigheid.
Nog geen vorm had ik,
alleen bewustzijn
en zweefde over de wateren
van vele werelden…
Ik had het voorrecht
mijn eigen vorm te mogen scheppen
en creëerde als dank
een gestalte
sneeuw wit als het licht
waaruit ik ben geboren,
met het vermogen te vliegen
van de ene naar de andere wereld,
zoals mijn zuivere bewustzijn
dat vermogen nog altijd heeft.
Rood en vurig maakte ik mijn snavel
die tedere gezangen voort kan brengen
maar ook in razende furie
blazend en sissend opkomt
voor alles dat wordt bedreigd
door de krachten van de duisternis.
Eala van de Elfen is mijn naam
en uit het licht ben ik geboren.
Maar ook ik heb duistere tijden gekend.
De kinderen van Lir was ik,
negenhonderd jaren gevangen
om terug in mensenvorm
onmiddellijk te sterven van ouderdom.
Zo leerde ik dat ook eeuwigheid haar grenzen heeft
en een fysieke vorm
een kooi kan zijn,
dat machtige vleugels tekort kunnen schieten
en het zweven over de wateren
uitputtend en belastend
als er slechts dat brandende verlangen is
terug te mogen keren naar huis en haard.
Vele vormen heb ik gekend
veel gestalten heb ik aangenomen
Ik bracht zielen naar deze wereld
en weer terug.
Soms was ik een oude vrouw met zilver witte haren,
dan weer een engel
met een bijzondere opdracht,
maar altijd was ik in dienst
van de Godin, die het leven geeft en terug neemt.
Mijn vrienden uit dat verre land
van voor de tijd is geweven,
zijn de Elfen van de Heuvelen
wij hebben dezelfde taak.
Ik zing hun lied
gelijk zij het mijne zingen
en die van onze grote moeder, Bride.
Onze zang klinkt schril door de dalen
op maanverlichte nachten
als de nevelen als sluiers
tussen de werelden hangen
en mens en dier
dat zich buiten waagt
een glimp van ons kan zien
en ons klagelijk gezang kan horen:
“Wij zijn de elfen van de Heuvelen,
Wij zijn de elfen van de Heuvelen…
Eens heersten we over de aarde
en was er niets dan licht.
Nu zijn we ondergedoken,
gevangen in de tijd.
De witte zwaan met haar machtige vleugels
zal ons bevrijden, onze zuster
uit het land van de eeuwige jeugd..”
Zo zwaar is de wereld geworden
te duister en zwaar
voor de kinderen van Lir,
kinderen van het licht.
Maar de tijd gaat komen
dat alles zich zal keren
en duistere krachten verdwijnen
naar de grenzen van de wereld
om loerend vanuit spelonken
af te wachten, hun reptielenogen
traag knipperend
in het zwart van de nacht.
Dan zullen zeven zwanen vliegen
en triomferend
de kinderen van Lir terug geleiden naar
hun land van belofte.
En de regenboog zal stromen
tussen de werelden
en van alle tijden
in een schitterende cirkel,
en haar kleuren zullen nieuw
zijn en ongekend voor mensen.
En het hart van de Grote moeder
zal onstuimiger kloppen dan ooit
en trots lachend zal zij al haar kinderen
terug ontvangen
in haar liefhebbende moederschoot.
Dan zal het leven opnieuw beginnen
en ik de zwaan, Eala,
zal opnieuw zweven over de wateren
van de werelden
op zoek naar een nieuwe vorm
een nieuwe opdracht...
Marije Broersen
November 2000
Eala is de Keltische naam voor zwaan, het gedicht is tot stand gekomen in diepe verbinding met de spirit van zwaan.