DE NIEUWE AARDE

 

Het is alweer enige tijd geleden dat ik een artikel schreef over James Twyman en het idee dat vrede er altijd is omdat het eenvoudigweg een basisgegeven van het universum is. Vrede is een onderstroom in alles en iedereen op deze planeet schreef ik, en het is aan ieder van ons of we hiervoor kiezen of niet. Ik sloeg deze kennis innerlijk ergens op en er waren dagen dat ik het echt leven kon, in mijn basisvrede blijven, en natuurlijk waren er dagen dat dit echt niet lukte. Toch wist ik ergens diep van binnen altijd hoe het eigenlijk zit, namelijk dat innerlijke vrede een keuze is die elke dag opnieuw gemaakt moet worden.

Enige tijd daarna kwam het boek “De kracht van het Nu” van Eckhart Tolle op mijn weg. Ik besefte dat hij in andere bewoordingen eigenlijk precies hetzelfde zegt: innerlijke vrede kan ten alle tijden bewaard blijven als we ons werkelijk kunnen overgeven aan het ‘nu’. In het ‘nu’ namelijk vallen (de herinneringen aan) het verleden en (de verwachtingen voor) de toekomst weg, twee zaken die lijden veroorzaken als we ons ermee identificeren. M.a.w. in het ‘nu’ is er altijd harmonie en zijn we in verbinding met onze Bron, ons Bewuste Zijn. Net als Twyman laat hij ons zelf de keus: strijd en pijn ervaren die worden veroorzaakt door ego en verstand, of de vrede van het ‘nu’ ervaren, onze werkelijke staat.

Een klein jaar later las ik “De Nieuwe Aarde” van Eckhart Tolle, hij diept hierin het thema van “De Kracht van het Nu” verder uit. “Alleen de transformatie naar een nieuwe staat van bewustzijn zal een Nieuwe Aarde van vrede teweegbrengen” staat er op de achterkant van het boek te lezen. Wat is dat, die nieuwe staat van bewustzijn en hoe ziet die eruit? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst zicht krijgen op wat de oude staat van bewustzijn inhoudt en waar die ons heeft gebracht.

Je zou kunnen zeggen dat je de woorden 'ik ben' op twee verschillende manieren kunt uitleggen. Het IK BEN (met hoofdletters) als uitgangspunt voor een meditatie bijv., een statement met grote diepgang waar echter een punt achter staat. Sluit je ogen maar eens en spreek deze woorden zachtjes voor jezelf uit en wees daarna stil. In deze context heeft het IK BEN aan zichzelf genoeg, het weet zich verbonden met de Bron van waaruit alles is ontstaan, het Goddelijke bewustzijn.
In de tweede betekenis, het 'ik ben' met kleine letters, kan er achter deze twee woorden een scala van mogelijkheden worden ingevuld. Bijv. 'ik ben mevrouw Jansen, ik ben gehuwd, ik ben moeder, ik ben manager' etc. Al deze zaken zijn echter verbonden met ons verstand en met ons ego. Al kunnen we ze nog zo diep doorvoelen, het zijn uiterlijke omstandigheden. Het zijn opsommingen voor de buitenwereld en ze hebben niets te maken met wie we werkelijk diep van binnen zijn, ons grote IK BEN. In de ideale situatie zouden ons grote en ons kleine ik in harmonie moeten samenwerken om een vredevolle wereld te creëren. Als we naar de huidige situatie van onze planeet kijken weten we echter dat we daar nog ver vanaf staan.

Ons 'kleine ik' is via ego en verstand verbonden met de wereld van vorm, met uiterlijke zaken. Omdat het onbewust weet dat deze dingen nooit geen zekerheid kunnen bieden, al ben je miljonair, leeft dit 'kleine ik' eigenlijk voortdurend in angst. Toch probeert het steeds weer opnieuw zekerheid te vinden in 'meer', 'groter' en 'beter' maar dit is een bodemloze put, het zal nooit genoeg zijn. Je kunt zelfs zeggen dat ons gezamenlijke streven naar 'meer', 'groter' en 'beter' ons op de rand van de afgrond heeft gebracht. De werkelijk belangrijke zaken zoals het milieu en de grote verschillen tussen rijk en arm in de wereld zijn we hierbij niet alleen uit het oog verloren, ze zijn er een direct gevolg van.

De angst dat er nooit genoeg zal zijn voor ons (geld, liefde, wat dan ook) wordt gevoed door negatieve emoties, zij werken in dit geheel als olie op het vuur. Maar een emotie heeft alleen maar macht als we ons er volledig mee identificeren. Hier nu zit de angel. Eigenlijk zouden we elke keer als we in de greep dreigen te raken van een negatieve emotie heel even 'naast onszelf' moeten stappen om ons bewust te worden van waar we mee bezig zijn. Het is dit onderscheid kunnen maken dat onze verdere evolutie gaat bepalen, weten dat er verschillende krachten in ons werkzaam zijn en daarmee om kunnen gaan. Ons grote IK is altijd veilig. Vrede, liefde en vreugde zijn onze ware natuur maar we zijn het eenvoudigweg vergeten. Eeuwen van onszelf verliezen in de vorm, van identificatie met ego en niet terzake doende gedachtevormen hebben dit veroorzaakt, het 'kleine ik'.

Het pijnlichaam is ook een belangrijk gegeven om zicht op te krijgen in dit verband. Elke keer als we ons verbinden met een negatieve emotie wordt ons pijnlichaam versterkt. Eckhart Tolle noemt het pijnlichaam: een uit emoties bestaande entiteit die verslaafd is aan ongelukkig zijn, een soort van psychische parasiet dus. Het is iets dat jou eenvoudigweg overneemt als het je in z'n greep heeft. Het leeft van alle negatieve emoties: angst, woede, ongelukkig zijn, slachtofferschap, depressie etc. en het heeft eenvoudigweg nooit genoeg... Als ons pijnlichaam zich in een bepaalde situatie weer eens goed heeft kunnen voeden houdt het zich weer een poosje rustig tot het opnieuw 'honger' krijgt en dan begint het hele 'circus' opnieuw. De kunst nu is ons ervan los te maken en de eerste stap in dit proces is ons ervan bewust te zijn dat het in ons zit en via ons wil leven. Het geen voeding meer geven is de tweede stap, dan begint het langzaam maar zeker zijn kracht te verliezen. Sterker nog, elk stukje van het pijnlichaam dat zo wordt afgebroken verandert in bewustzijn en gaat voor ons werken i.p.v. tegen ons.

Waar we op bedacht moeten zijn is dat het pijnlichaam voortdurend tracht het pijnlichaam van anderen te activeren doordat het zich door deze confrontaties weer kan voeden en versterken. In veel relaties is dit schering en inslag. Tolle zegt: “Pijnlichamen zijn dol op intieme relaties omdat ze daarin het grootste deel van hun voedsel krijgen.”(p.118) Ook stelt hij dat wat veel mensen als verliefd zijn ervaren in werkelijkheid niets anders is dan het zich tot elkaar aangetrokken  voelen omdat de pijnlichamen elkaar eenvoudigweg aanvullen. “Veel relaties maken geregeld gewelddadige en destructieve door het pijnlichaam beheerste perioden door.”(p.119), zegt hij. En het is zelfs zo dat het pijnlichaam van generatie op generatie wordt overgedragen. Zo heb je dus niet alleen een eigen pijnlichaam, maar ook het volk waartoe je behoort heeft een pijnlichaam, en ook de familie waarin je bent geboren. De oorlogen die we uitvechten, individueel en collectief, zijn in feite allemaal terug te brengen tot hetzelfde principe: pijnlichamen die elkaar en zichzelf voeden en zich op deze wijze proberen te versterken. Zo steken we enorm veel van onze energie die we beter in positieve zaken zouden steken in het bezig zijn met illusies. De 'vijand' zijn we uiteindelijk alleen maar zelf. Pijn, slachtoffergevoelens, haat, depressie, we mogen ze allemaal ontmaskeren als uitwassen van verstand en ego.

Toch heeft het pijnlichaam zijn noodzakelijke plaats in het grote geheel zegt Tolle. De menselijke onbewustheid en het lijden dat daar uit voortvloeit zijn in zijn visie een onderdeel van de evolutie van het heelal. We beginnen te ontwaken als we de eindeloze cyclus van het lijden eenvoudigweg niet meer kunnen verdragen en durven gaan loslaten en vergeven. “Met vergeving lost je slachtofferidentiteit op en komt je ware kracht te voorschijn – de kracht van Tegenwoordigheid. In plaats van de duisternis verwijten te maken breng je licht naar binnen.”(p.127)

Het is dus aan elk van ons om op ieder van de hiervoor genoemde pijnlichaam niveaus de angel eruit te halen. Dit is een kwantumsprong die we moeten maken om naar een hoger niveau te kunnen evolueren. Het is daar ook waar onze bijdrage aan een betere wereld ligt want uiteindelijk betekent dit het einde van het lijden. Laten we beginnen met de illusie van het persoonlijke pijnlichaam los te laten en weten dat ons in werkelijkheid nooit iets kan gebeuren omdat we altijd verankerd zijn in de Bron, ons Ware Zelf.

 

Marije Broersen

2005